(Foto)verslag Wu Lyf – 6- maart -2012 – Melkweg Amsterdam
Tekst: Laurens Groeneveld Beeld: Sjoerd Spendel
“Please bring this guy to the back” roept zanger Ellery James Roberts tevergeefs door zijn microfoon. Voor de derde keer is dezelfde Hysterische fan het podium opgeklommen om een poging te doen tot stagediven. De karatetrap waarmee hij door de zanger de eerste keer naar beneden werd getrapt en de middelvingers van de hele zaal blijken niet genoeg om deze idioot te stoppen. Ook in Nederland heeft de Wu Lyfhype een opgefokte schare fans gecreëerd. De band die in de UK inmiddels steevast in uitverkochte zalen speelt wordt daar gezien als the next best thing. Hoewel ze deze reputatie in Nederland nog moeten waarmaken, heeft ze dit al een flinke attitude gegeven en dat is jammer.
De avond opent met Apes and Horses, één in dozijn indie bandje met fijne liedjes. De hypnotiserende gitaarloopjes en zware basriffs zijn niet heel vernieuwend, maar liggen prettig in het oor. Het Franse bandje speelt maarliefst drie kwartier, uiteindelijk slechts vijf minuten korter dan Wu Lyf.
Apes & Horses
Apes & Horses
Dat Wu Lyf vol is van zichzelf is, blijkt al uit de drie kwartier pauze tussen het voorprogramma en de hoofdact. Maar als ze om vijf voor tien eindelijk het podium betreden en het witte kruisachtige icoon aanflitst, blijft het tamelijk stil in de zaal. Slechts een klein groepje juicht vol enthousiasme bij de eerste klanken van Roberts minuscule keyboard. Het merendeel van de zaal lijkt te zijn gekomen om te ontdekken waar die hype nou eigenlijk over gaat. Pas na twintig minuten komt de zaal in beweging bij het enigszins bekende ‘Spitting Blood’.
“We’re the world famous Wu Lyf”, schreeuwt Roberts halverwege het concert cynisch door de zaal. Gekleed in skinny jeans en spijkerjas hangt hij over het publiek heen. Het is het eerste directe contact met de zaal. Zijn stem die op de cd overeenkomsten heeft met die van Spencer Krug (Wolf Parade) klinkt live vooral alsof ze te veel whisky en Marlboro heeft gezien. Hij presenteert zich duidelijk als frontman, maar hij kijkt vooral zelfingenomen de zaal in en lijkt het niet echt naar zijn zin te hebben.
Zanger Ellery James Roberts
Wat Wu Lyf onderscheidt van al die andere indie bandjes is de tegenstelling in de muziek. De opgewekte gitaarloopjes en het kerkelijke orgelgeluid tegenover de schreeuwerige schore en sombere stem van Roberts. Vreemd is wel dat gitarist Evans Kati, met zijn zwarte T-shirt, Gibson SG en brede voorkomen, er uitziet alsof hij ieder moment een brute hardcore riff gaat inzetten.
Het absolute hoogtepunt van vanavond is tevens de afsluiter ‘We Bros’. Dit is duidelijk het sleutelnummer van de band. De zaal brult ieder woord mee en begint heftig te dansen. Terwijl de muziek helemaal niet hard is vormt er zelfs een pit voor het podium, die is aangesticht door diezelfde hysterisch fan.
Verfrissend maar zelfingenomen
(Foto)verslag Wu Lyf – 6- maart -2012 – Melkweg Amsterdam
Tekst: Laurens Groeneveld
Beeld: Sjoerd Spendel
“Please bring this guy to the back” roept zanger Ellery James Roberts tevergeefs door zijn microfoon. Voor de derde keer is dezelfde Hysterische fan het podium opgeklommen om een poging te doen tot stagediven. De karatetrap waarmee hij door de zanger de eerste keer naar beneden werd getrapt en de middelvingers van de hele zaal blijken niet genoeg om deze idioot te stoppen. Ook in Nederland heeft de Wu Lyf hype een opgefokte schare fans gecreëerd. De band die in de UK inmiddels steevast in uitverkochte zalen speelt wordt daar gezien als the next best thing. Hoewel ze deze reputatie in Nederland nog moeten waarmaken, heeft ze dit al een flinke attitude gegeven en dat is jammer.
De avond opent met Apes and Horses, één in dozijn indie bandje met fijne liedjes. De hypnotiserende gitaarloopjes en zware basriffs zijn niet heel vernieuwend, maar liggen prettig in het oor. Het Franse bandje speelt maarliefst drie kwartier, uiteindelijk slechts vijf minuten korter dan Wu Lyf.
Apes & Horses
Apes & Horses
Dat Wu Lyf vol is van zichzelf is, blijkt al uit de drie kwartier pauze tussen het voorprogramma en de hoofdact. Maar als ze om vijf voor tien eindelijk het podium betreden en het witte kruisachtige icoon aanflitst, blijft het tamelijk stil in de zaal. Slechts een klein groepje juicht vol enthousiasme bij de eerste klanken van Roberts minuscule keyboard. Het merendeel van de zaal lijkt te zijn gekomen om te ontdekken waar die hype nou eigenlijk over gaat. Pas na twintig minuten komt de zaal in beweging bij het enigszins bekende ‘Spitting Blood’.
“We’re the world famous Wu Lyf”, schreeuwt Roberts halverwege het concert cynisch door de zaal. Gekleed in skinny jeans en spijkerjas hangt hij over het publiek heen. Het is het eerste directe contact met de zaal. Zijn stem die op de cd overeenkomsten heeft met die van Spencer Krug (Wolf Parade) klinkt live vooral alsof ze te veel whisky en Marlboro heeft gezien. Hij presenteert zich duidelijk als frontman, maar hij kijkt vooral zelfingenomen de zaal in en lijkt het niet echt naar zijn zin te hebben.
Zanger Ellery James Roberts
Wat Wu Lyf onderscheidt van al die andere indie bandjes is de tegenstelling in de muziek. De opgewekte gitaarloopjes en het kerkelijke orgelgeluid tegenover de schreeuwerige schore en sombere stem van Roberts. Vreemd is wel dat gitarist Evans Kati, met zijn zwarte T-shirt, Gibson SG en brede voorkomen, er uitziet alsof hij ieder moment een brute hardcore riff gaat inzetten.
Het absolute hoogtepunt van vanavond is tevens de afsluiter ‘We Bros’. Dit is duidelijk het sleutelnummer van de band. De zaal brult ieder woord mee en begint heftig te dansen. Terwijl de muziek helemaal niet hard is vormt er zelfs een pit voor het podium, die is aangesticht door diezelfde hysterisch fan.
Wu Lyf
Wu Lyf – ‘Dirt’: