Terwijl ik mijn Lowlandsavonturen aan het typen ben (schrijven is zo ouderwets) schijnt het zonnetje weer. Het Lowlandsgevoel komt weer terug, op je slippers van hot naar her lopen, dansen tijdens de concerten en het warme zonnetje op je rug.
Ik lig ‘s avon.. Ohnee, ‘s ochtends om half zeven in bed en aangezien het slapen in een tent met een dreunende bas niet erg rustgevend is, ben ik weer vroeg wakker. Fink is volgens iemand van het thuisfront een aanrader. Een voormalig techno-producer die nu verder door het leven gaat als singer-songwriter. Naast dat ik erg moe was, begint het ook nog eens te regenen, terwijl er een strakblauwe lucht is. Dus ga ik niet. Magic things happen at Lowlands!
Terwijl het zonnetje straalt en de vermoeidheid bij de meeste mensen toeslaat (hoop ik dan, anders voel ik me zo oudbollig) laat ik mezelf neerploffen op de helling bij de Alpha. De Staat begint over enkele minuten en voordat de begintonen worden gespeeld lig ik alweer te slapen.
Even later schrik ik wakker en kijk naar de schermen naast de Alpha. De Staat is aan het afsluiten. Een enge machine, dat de poten van een spin heeft maakt indrukwekkende geluiden. Soort van orgel, maar dan zwaarder, donkerder. Niet zoals ze in de stad staan en bedelen om geld. Gekke geluiden komen uit de tent en dan stopt het. De spin is weg!
“I push my seed in her bush for life. It’s gonna work because I’m pushin’ it right. If Mary dropped my baby girl tonight, I would name her Rock’n’Roll.” De Roots zijn dit jaar ook uitgenodigd. Waarschijnlijk heb ik veel gemist, want de recensies op internet zijn lovend. Ik hang wederom op de linkerhelling, ter hoogte van de mannentoiletten op en dan zo’n tien meter naar rechts, dus als outsider is het een strak optreden, met hier en daar wat showelementen.
Ze knallen er ook nog een versnelde cover van Sweet Child O’ Mine doorheen, wat ervoor zorgt dat iedereen weer wakker wordt. Verder is het een beetje saai, want na een uur naar The Roots te hebben geluisterd hebben ze me nog steeds niet beet.
Even een snel bezoekje aan The Kills. Een indierockband opgericht door de Amerikaanse zangeres Alison Mosshart en de Britse gitarist Jamie Hince. Het is knap wat ze met twee man, anderhalve gitaar en een drumcomputer/keyboard kunnen doen.
Over het algemeen kijk ik vooral naar de schermen, omdat het haar van Mosshart zo ongeveer overal op haar hoofd zit door het zweet. Je moet van garagerock houden, maar het was nogal rumoerig, niet strak en het leek alsof ze maar wat deden.
Mijn hoogtepunt van vandaag is Skunk Anansie. Het is natuurlijk voor de twee grote hits dat de mensen komen, maar waarschijnlijk ook voor de adrenaline van frontvrouw Skin. Waar ze op Pukkelpop moest rennen voor haar leven, rent ze hier vol plezier over het podium. Ze heeft de smaak te pakken en het publiek aanbidt Skin.
Kippenvel tijdens de momenten dat ze aan het crowdsurfen is en gewoon ongelooflijk zuiver blijft zingen. Ook wanneer ze zich op handen laat dragen door de mensen die zich hebben verzameld in het voorvak. Tijdens het nummer Weak As I Am laat ze het publiek meezingen en hoor je binnen en buiten de tent dat iedereen meedoet.
Dan is het tijd voor Jamie Woon. In eerste instantie dacht ik dat het een beetje weg had van James Blake, alleen dan wat vloeiender en zonder stiltes. Na het concert van James Blake wist ik dat niets hetzelfde kon zijn. Natuurlijk leek het ook helemaal niet op elkaar. Jamie Woon is vooral rustig en lekker als achtergrondmuziek. Hij is dan ook populair, want het is ontzettend druk voor de Lima. Iedereen was aan het dansen op zijn nummers Night Air, Street en Lady Luck.
Ik ben volgens mij twee keer eerder in de Juliet geweest, maar nu ik weet dat Katinka Polderman speelt, wordt het gewoon mijn derde keer. Terwijl de bas buiten de tent voluit staat en ik gedempte mensenstemmen hoor komt Polderman in een te strak jurkje het podium oplopen. Ze pakt haar gitaar en begint met spelen. Haar teksten zijn vol humor, maar zijn ook gericht op de maatschappij. Haar lijflied, zoals ze het zelf noemt, gaat over pijpen: “Het zweet dat parelt op je zak dat smaakt exact als Baileys. En wist je dat er voor een vrouw niets heerlijkers bestaat dan die goddelijke smaak van vers en lauwwarm zaad.” En homo’s mogen ook zo veel meer: “Dan mag je tongen op het plein tegen alle homohaat”.
De tent staat bomvol als The Offspring op het punt staat te beginnen. Voor vele jeugdsentiment, maar ik was pas vier toen hun nummer Come Out And Play uitkwam. Tuurlijk kan ik alle bekende nummers wel meezingen en heb ik in de schoolband het nummer Can’t Repeat gedaan. Alleen waren wij toen heel erg enthousiast en vonden we het echt leuk om te doen. Nu deden ze hun nummer en dat deden ze goed. Jammer genoeg is duidelijk te zien dat het voor The Offspring dagelijkse routine is en spat de energie er niet vanaf.
En toen gingen we slapen en was Lowlands 2011 afgelopen. Tot zover, tot volgend jaar!
Spannende Lowlands verhalen met Loïs: dag drie
Terwijl ik mijn Lowlandsavonturen aan het typen ben (schrijven is zo ouderwets) schijnt het zonnetje weer. Het Lowlandsgevoel komt weer terug, op je slippers van hot naar her lopen, dansen tijdens de concerten en het warme zonnetje op je rug.
Ik lig ‘s avon.. Ohnee, ‘s ochtends om half zeven in bed en aangezien het slapen in een tent met een dreunende bas niet erg rustgevend is, ben ik weer vroeg wakker. Fink is volgens iemand van het thuisfront een aanrader. Een voormalig techno-producer die nu verder door het leven gaat als singer-songwriter. Naast dat ik erg moe was, begint het ook nog eens te regenen, terwijl er een strakblauwe lucht is. Dus ga ik niet. Magic things happen at Lowlands!
Terwijl het zonnetje straalt en de vermoeidheid bij de meeste mensen toeslaat (hoop ik dan, anders voel ik me zo oudbollig) laat ik mezelf neerploffen op de helling bij de Alpha. De Staat begint over enkele minuten en voordat de begintonen worden gespeeld lig ik alweer te slapen.
Even later schrik ik wakker en kijk naar de schermen naast de Alpha. De Staat is aan het afsluiten. Een enge machine, dat de poten van een spin heeft maakt indrukwekkende geluiden. Soort van orgel, maar dan zwaarder, donkerder. Niet zoals ze in de stad staan en bedelen om geld. Gekke geluiden komen uit de tent en dan stopt het. De spin is weg!
“I push my seed in her bush for life. It’s gonna work because I’m pushin’ it right. If Mary dropped my baby girl tonight, I would name her Rock’n’Roll.” De Roots zijn dit jaar ook uitgenodigd. Waarschijnlijk heb ik veel gemist, want de recensies op internet zijn lovend. Ik hang wederom op de linkerhelling, ter hoogte van de mannentoiletten op en dan zo’n tien meter naar rechts, dus als outsider is het een strak optreden, met hier en daar wat showelementen.
Ze knallen er ook nog een versnelde cover van Sweet Child O’ Mine doorheen, wat ervoor zorgt dat iedereen weer wakker wordt. Verder is het een beetje saai, want na een uur naar The Roots te hebben geluisterd hebben ze me nog steeds niet beet.
Even een snel bezoekje aan The Kills. Een indierockband opgericht door de Amerikaanse zangeres Alison Mosshart en de Britse gitarist Jamie Hince. Het is knap wat ze met twee man, anderhalve gitaar en een drumcomputer/keyboard kunnen doen.
Over het algemeen kijk ik vooral naar de schermen, omdat het haar van Mosshart zo ongeveer overal op haar hoofd zit door het zweet. Je moet van garagerock houden, maar het was nogal rumoerig, niet strak en het leek alsof ze maar wat deden.
Mijn hoogtepunt van vandaag is Skunk Anansie. Het is natuurlijk voor de twee grote hits dat de mensen komen, maar waarschijnlijk ook voor de adrenaline van frontvrouw Skin. Waar ze op Pukkelpop moest rennen voor haar leven, rent ze hier vol plezier over het podium. Ze heeft de smaak te pakken en het publiek aanbidt Skin.
Kippenvel tijdens de momenten dat ze aan het crowdsurfen is en gewoon ongelooflijk zuiver blijft zingen. Ook wanneer ze zich op handen laat dragen door de mensen die zich hebben verzameld in het voorvak. Tijdens het nummer Weak As I Am laat ze het publiek meezingen en hoor je binnen en buiten de tent dat iedereen meedoet.
Dan is het tijd voor Jamie Woon. In eerste instantie dacht ik dat het een beetje weg had van James Blake, alleen dan wat vloeiender en zonder stiltes. Na het concert van James Blake wist ik dat niets hetzelfde kon zijn. Natuurlijk leek het ook helemaal niet op elkaar. Jamie Woon is vooral rustig en lekker als achtergrondmuziek. Hij is dan ook populair, want het is ontzettend druk voor de Lima. Iedereen was aan het dansen op zijn nummers Night Air, Street en Lady Luck.
Ik ben volgens mij twee keer eerder in de Juliet geweest, maar nu ik weet dat Katinka Polderman speelt, wordt het gewoon mijn derde keer. Terwijl de bas buiten de tent voluit staat en ik gedempte mensenstemmen hoor komt Polderman in een te strak jurkje het podium oplopen. Ze pakt haar gitaar en begint met spelen. Haar teksten zijn vol humor, maar zijn ook gericht op de maatschappij. Haar lijflied, zoals ze het zelf noemt, gaat over pijpen: “Het zweet dat parelt op je zak dat smaakt exact als Baileys. En wist je dat er voor een vrouw niets heerlijkers bestaat dan die goddelijke smaak van vers en lauwwarm zaad.” En homo’s mogen ook zo veel meer: “Dan mag je tongen op het plein tegen alle homohaat”.
De tent staat bomvol als The Offspring op het punt staat te beginnen. Voor vele jeugdsentiment, maar ik was pas vier toen hun nummer Come Out And Play uitkwam. Tuurlijk kan ik alle bekende nummers wel meezingen en heb ik in de schoolband het nummer Can’t Repeat gedaan. Alleen waren wij toen heel erg enthousiast en vonden we het echt leuk om te doen. Nu deden ze hun nummer en dat deden ze goed. Jammer genoeg is duidelijk te zien dat het voor The Offspring dagelijkse routine is en spat de energie er niet vanaf.
En toen gingen we slapen en was Lowlands 2011 afgelopen. Tot zover, tot volgend jaar!