Metropolis 2012: Regen, topacts, en nog eens regen!
Dat de zomer compleet aan Nederland voorbij gaat, bewijst een dagje Metropolis wel. Want als zelfs één van de leukste gratis festivals bijna geen straaltje zon gegund is, wat dan wel? Toch krijgen degenen die de regen trotseren alsnog mooie dag voorgeschoteld, met een aantal topacts die zelfs de meest verkleumde harten verwarmen.
Voor de laatkomertjes begint de dag met een lekkere wake-up call van Bombay Show Pig. Het duo uit Amsterdam en Den Haag laat zien dat je met zijn tweetjes alsnog flink hard uit de hoek kan komen. Met hun mix van punk, indie en psychedelica weten ze al snel de voetjes van de zompige vloer te krijgen. Wat vooral opvalt is de hele rits aan effecten waar de twee zeer goed gebruik van maken. Persoonlijk hoogtepuntje is toch wel wanneer de band een wat rauwere versie van Beck’s ‘Nausea‘ inzet. Een geslaagd begin van het festival.
In de tent van de Workers Stage gaat het beduidend minder goed. Daar moet het Nieuw-Zeelandse Connan Mockasin het publiek verblijden. Maar wat in de eerste plaats lijkt op een verlengde soundcheck, blijkt toch echt de set zelf te zijn. De band wijt het aan zoekgeraakte apparatuur: ‘Thank Lufthansa!’. Maar dan alsnog hadden de heren er met iets meer jeux kunnen staan en niet een persoonlijke jamsessie houden die alleen leuk voor henzelf is. Na het zoveelste irritant gepriegelde solootje haakt men dan ook al gauw af.
En wie neemt ze het kwalijk als Jungle by Night op het hoofdpodium staat te beginnen? De negen jonkies uit Amsterdam staan te trappelen en met hun tomeloze energie en vrolijkheid zijn de meeste mensen snel om. Hun frisse zomerse jazz staat dan misschien in schril contrast met het weer van de dag, maar daarom werkt het des te aanstekelijker! Van een gouden jazz-standaard in een nieuw jasje (een gempimpre versie van John Coltrane’s ‘Afro Blue‘) tot eigen composities met een vleugje humor (“Dit nummer is geïnspireerd op onze favoriete televisieserie: Sesamstraat”), alles gaat er even goed in bij het publiek. Dit zorgt ervoor dat zelfs bij de eerste forse regenbuien die festival teisteren, de mensen toch nog trouw aan Jungle by Night’s lippen hangt. Als ze het op zo’n jonge leeftijd al zo goed doen, gaan deze jongens een lange en vruchtbare toekomst tegemoet!
Dan is het tijd voor een goede bak herrie. De Workers Stage, omgedoopt tot officiële schuilplaats van het festival, mag het Amerikaanse Cerebral Ballzy verwelkomen. En als er één ding is wat deze band op het lijf geschreven staat, dan is het punk met de hoofdletter P. De heren uit Brooklyn scheuren keihard door hun nummers heen, met de nodige laag feedback die degenen met een zwakke gesteldheid omver doet blazen. En het publiek smult ervan! Binnen een mum van tijd is de tent een grote circle pit. En met eenzelfde snelheid is de band al door hun setlist geraasd. Na een dikke twintig minuten blijven er alleen nog hijgende, bezwete mensen achter.
Van punk naar hiphop lijkt een kleine overgang. Tenminste, als je het haar van F. Stokes mag geloven. Maar de woordkunstenaar uit Chicago heeft veel meer in petto dan zijn rechtopstaande kroeskapsel doet vermoeden. De beats zijn rustig en jazzy en Stokes zelf weet daar met groot gemak zijn introspectieve teksten omheen te breien. Hij is alleen met zijn producer gekomen, dus moet het dan ook vooral van de vibe van het publiek hebben. Het grootste gedeelte van de show staat staat Stokes dan ook tegen de dranghekken, constant in contact met het publiek. Op een gegeven moment laat hij misschien iets te veel van zijn dankbaarheid blijken (“I love you guys! I love what you ate for dinner last night!”), maar F. Stokes heeft in ieder geval een goede eerste indruk weten te geven bij het Nederlandse publiek.
Na de woede even afgeslagen te hebben, is het tijd voor iets vrolijkers. Rasrotterdammers The Kik staan op het 3voor12 podium om nog een extra sessie te spelen na hun set eerder op de dag. En weer weten ze met hun knallende nederbeat een grote glimlach op het grootste deel van het publiek te toveren. Zanger/gitarist Dave von Raven later zegt over de thuiswedstrijd: “Het is geweldig om twee keer op Metropolis te mogen spelen. Ik heb goede herinneringen aan dit festival. Ik kom hier al vanaf dat ik nog klein was!” De band weet zelfs een van de weinige momentjes zon voor zich te winnen. Kortom: zomers rocken met een rollende R!
Waar de meeste andere bands er alles aan lijken te doen om de mensen voor zich te winnen, pakt Pat Grossi van het Amerikaanse Active Child het veel subtieler aan. Met donkere synthpop en intrigerende melodieën weet hij de tent van de Workers Stage langzaam vol te laten lopen. Misschien komt de helft van de mensen maar om te schuilen tegen de regen, na een paar noten zijn ze niet meer weg te trekken. De band zelf mag dan wat afstandelijk lijken, hun geluid doet iedereen in de tent verstommen. Wanneer Grossi halverwege de set ook nog eens achter zijn harp klimt, lijken de tranen niet ver meer. De hemel houdt het in ieder geval niet meer en zorgt ervoor dat zich een watergordijn om de tent heen trekt. Titanisch intiem.
Ondertussen laat Kraantje Pappie het publiek bij de Thinker’s Stage uit zijn hand eten. Ook al zou hij maar 50 procent tonen van wat hij hier laat zien, dan is Kraan alsnog verreweg de beste entertainer van de Nederhop. Met zijn fistpompende partyraps weet hij het iedereen naar de zin te maken. Nummers als ‘Hoop Nu‘, ‘Van God Los‘ en ‘Waar is Kraan‘ laten iedereen op het veld heen en weer springen. Om de gekte compleet te krijgen, weet Kraan het publiek een heuse wall of death te creëren. En dit allemaal op zijn eigen verjaardag. “Ik ben eigenlijk een beetje Sinterklaas aan het spelen”, zegt hij vrolijk tijdens het toegift. Iedereen stemt luidkeels mee. Als zijn zegetocht zo door blijft gaan, kunnen we nog veel van Kraantje Pappie gaan verwachten.
Bij de 3FM Stage probeert Rats on Rafts ondertussen dezelfde energie aan te zwengelen. Met teleurstellend resultaat. De jongens lijken niet echt zeker op het podium te staan, en daarnaast zijn ze voor iedereen die achter de geluidstent staat nauwelijks te horen. De jonge postpunkers sluiten dan ook niet af met een knal, maar stoppen gewoon. Jammer, want ze hebben veel meer in hun mars.
En de regen houdt maar aan. Als er aan de achterkant van Ahoy ook nog de eerste bliksemschichten verschijnen, denken veel festivalgangers hetzelfde: huiswaarts! Zonde, want hierdoor staan acts als Thee Oh Sees en Other Lives maar voor een halfvolle bak. Een jammerlijk einde voor deze editie van Metropolis. Maar degenen die het toch het grootste deel van de dag hebben uitgehouden, hebben nogmaals kunnen meemaken dat het Rotterdamse festival nog steeds de creme de la creme van opkomende acts weet te strikken. En daar is wel meer dan een beetje regen voor nodig om dat weg te spoelen.
Metropolis 2012: Regen, topacts, en nog eens regen!
Dat de zomer compleet aan Nederland voorbij gaat, bewijst een dagje Metropolis wel. Want als zelfs één van de leukste gratis festivals bijna geen straaltje zon gegund is, wat dan wel? Toch krijgen degenen die de regen trotseren alsnog mooie dag voorgeschoteld, met een aantal topacts die zelfs de meest verkleumde harten verwarmen.
Voor de laatkomertjes begint de dag met een lekkere wake-up call van Bombay Show Pig. Het duo uit Amsterdam en Den Haag laat zien dat je met zijn tweetjes alsnog flink hard uit de hoek kan komen. Met hun mix van punk, indie en psychedelica weten ze al snel de voetjes van de zompige vloer te krijgen. Wat vooral opvalt is de hele rits aan effecten waar de twee zeer goed gebruik van maken. Persoonlijk hoogtepuntje is toch wel wanneer de band een wat rauwere versie van Beck’s ‘Nausea‘ inzet. Een geslaagd begin van het festival.
In de tent van de Workers Stage gaat het beduidend minder goed. Daar moet het Nieuw-Zeelandse Connan Mockasin het publiek verblijden. Maar wat in de eerste plaats lijkt op een verlengde soundcheck, blijkt toch echt de set zelf te zijn. De band wijt het aan zoekgeraakte apparatuur: ‘Thank Lufthansa!’. Maar dan alsnog hadden de heren er met iets meer jeux kunnen staan en niet een persoonlijke jamsessie houden die alleen leuk voor henzelf is. Na het zoveelste irritant gepriegelde solootje haakt men dan ook al gauw af.
En wie neemt ze het kwalijk als Jungle by Night op het hoofdpodium staat te beginnen? De negen jonkies uit Amsterdam staan te trappelen en met hun tomeloze energie en vrolijkheid zijn de meeste mensen snel om. Hun frisse zomerse jazz staat dan misschien in schril contrast met het weer van de dag, maar daarom werkt het des te aanstekelijker! Van een gouden jazz-standaard in een nieuw jasje (een gempimpre versie van John Coltrane’s ‘Afro Blue‘) tot eigen composities met een vleugje humor (“Dit nummer is geïnspireerd op onze favoriete televisieserie: Sesamstraat”), alles gaat er even goed in bij het publiek. Dit zorgt ervoor dat zelfs bij de eerste forse regenbuien die festival teisteren, de mensen toch nog trouw aan Jungle by Night’s lippen hangt. Als ze het op zo’n jonge leeftijd al zo goed doen, gaan deze jongens een lange en vruchtbare toekomst tegemoet!
Dan is het tijd voor een goede bak herrie. De Workers Stage, omgedoopt tot officiële schuilplaats van het festival, mag het Amerikaanse Cerebral Ballzy verwelkomen. En als er één ding is wat deze band op het lijf geschreven staat, dan is het punk met de hoofdletter P. De heren uit Brooklyn scheuren keihard door hun nummers heen, met de nodige laag feedback die degenen met een zwakke gesteldheid omver doet blazen. En het publiek smult ervan! Binnen een mum van tijd is de tent een grote circle pit. En met eenzelfde snelheid is de band al door hun setlist geraasd. Na een dikke twintig minuten blijven er alleen nog hijgende, bezwete mensen achter.
Van punk naar hiphop lijkt een kleine overgang. Tenminste, als je het haar van F. Stokes mag geloven. Maar de woordkunstenaar uit Chicago heeft veel meer in petto dan zijn rechtopstaande kroeskapsel doet vermoeden. De beats zijn rustig en jazzy en Stokes zelf weet daar met groot gemak zijn introspectieve teksten omheen te breien. Hij is alleen met zijn producer gekomen, dus moet het dan ook vooral van de vibe van het publiek hebben. Het grootste gedeelte van de show staat staat Stokes dan ook tegen de dranghekken, constant in contact met het publiek. Op een gegeven moment laat hij misschien iets te veel van zijn dankbaarheid blijken (“I love you guys! I love what you ate for dinner last night!”), maar F. Stokes heeft in ieder geval een goede eerste indruk weten te geven bij het Nederlandse publiek.
Na de woede even afgeslagen te hebben, is het tijd voor iets vrolijkers. Rasrotterdammers The Kik staan op het 3voor12 podium om nog een extra sessie te spelen na hun set eerder op de dag. En weer weten ze met hun knallende nederbeat een grote glimlach op het grootste deel van het publiek te toveren. Zanger/gitarist Dave von Raven later zegt over de thuiswedstrijd: “Het is geweldig om twee keer op Metropolis te mogen spelen. Ik heb goede herinneringen aan dit festival. Ik kom hier al vanaf dat ik nog klein was!” De band weet zelfs een van de weinige momentjes zon voor zich te winnen. Kortom: zomers rocken met een rollende R!
Waar de meeste andere bands er alles aan lijken te doen om de mensen voor zich te winnen, pakt Pat Grossi van het Amerikaanse Active Child het veel subtieler aan. Met donkere synthpop en intrigerende melodieën weet hij de tent van de Workers Stage langzaam vol te laten lopen. Misschien komt de helft van de mensen maar om te schuilen tegen de regen, na een paar noten zijn ze niet meer weg te trekken. De band zelf mag dan wat afstandelijk lijken, hun geluid doet iedereen in de tent verstommen. Wanneer Grossi halverwege de set ook nog eens achter zijn harp klimt, lijken de tranen niet ver meer. De hemel houdt het in ieder geval niet meer en zorgt ervoor dat zich een watergordijn om de tent heen trekt. Titanisch intiem.
Ondertussen laat Kraantje Pappie het publiek bij de Thinker’s Stage uit zijn hand eten. Ook al zou hij maar 50 procent tonen van wat hij hier laat zien, dan is Kraan alsnog verreweg de beste entertainer van de Nederhop. Met zijn fistpompende partyraps weet hij het iedereen naar de zin te maken. Nummers als ‘Hoop Nu‘, ‘Van God Los‘ en ‘Waar is Kraan‘ laten iedereen op het veld heen en weer springen. Om de gekte compleet te krijgen, weet Kraan het publiek een heuse wall of death te creëren. En dit allemaal op zijn eigen verjaardag. “Ik ben eigenlijk een beetje Sinterklaas aan het spelen”, zegt hij vrolijk tijdens het toegift. Iedereen stemt luidkeels mee. Als zijn zegetocht zo door blijft gaan, kunnen we nog veel van Kraantje Pappie gaan verwachten.
Bij de 3FM Stage probeert Rats on Rafts ondertussen dezelfde energie aan te zwengelen. Met teleurstellend resultaat. De jongens lijken niet echt zeker op het podium te staan, en daarnaast zijn ze voor iedereen die achter de geluidstent staat nauwelijks te horen. De jonge postpunkers sluiten dan ook niet af met een knal, maar stoppen gewoon. Jammer, want ze hebben veel meer in hun mars.
En de regen houdt maar aan. Als er aan de achterkant van Ahoy ook nog de eerste bliksemschichten verschijnen, denken veel festivalgangers hetzelfde: huiswaarts! Zonde, want hierdoor staan acts als Thee Oh Sees en Other Lives maar voor een halfvolle bak. Een jammerlijk einde voor deze editie van Metropolis. Maar degenen die het toch het grootste deel van de dag hebben uitgehouden, hebben nogmaals kunnen meemaken dat het Rotterdamse festival nog steeds de creme de la creme van opkomende acts weet te strikken. En daar is wel meer dan een beetje regen voor nodig om dat weg te spoelen.