Boemklap doet verslag van Walk the Line 2012, Dag 2
Dit weekend stond Den Haag weer twee dagen in het teken van nieuwe muziek, onbekende bandjes en vertrouwde krachten. Een verslag van Walk The Line Festival 2012, dag 2 door Laurens Groeneveld. Foto’s: Laurens Groeneveld
Na de eerste show van de zaterdagavond in de grote zaal van ’t Paard van Troje zie ik plots de oplossing voor het Amerikaanse begrotingstekort. Een bodemonderzoek naar de grond van Brooklyn. Vanavond is het de indierock van Milagres die bewijst dat talentvolle bandjes in het New Yorkse stadsdeel als paddenstoelen uit de grond schieten. Stel je voor dat ze die vruchtbaarheid dat in een potje konden doen en verkopen..
Milagres klinkt als een minder depressieve versie van stadsgenoten The Antlers. De muziek is sferisch, meerstemmig en er wordt gebruikt gemaakt van aanhoudende dissonanten geluiden zoals we die kennen van The National. Zanger Kyle Wilson stem is hoog, zo hoog dat tijdens de uithalen de vraag rijst of het nog wel goed gaat met zijn mannelijkheid. Het zichtbaar wegdromende publiek geeft met luid applaus hun waardering te kennen. Het was voor Milagres de eerste keer in Nederland, vast niet de laatste.
Milagres
White Arrows toont in de Zwarte Ruiter dat er nog altijd indie is die zelfs voor de gemiddelde Nederlandse hipster te ver gaat. Hun kinderlijk simpele lo-fi met random gamemuziekjes lijkt dan ook geen enkele toeschouwer echt te kunnen bekoren. De sfeer in de zaal is ongemakkelijk en de zeikerige manier van zingen van zanger Mickey Church brengt daar geen verandering in. Het meest opzienbarende van de band is de outfit van fashion disaster Church. Hij is gekleed in een skinny jeans en een overhemd waarop een print van vermoedelijk een gedrogeerde Mondriaan copycat te zien is. Zijn babyblauwe All Stars matchen gelukkig wel met de kleur van zijn gitaar. Vlak voor het laatste nummer nodigt hij het publiek uit mee te reizen naar hun volgende show in Berlijn, een stad waar hun muziek misschien beter begrepen wordt.
Beter vertoeven is het rond half tien in de Supermarkt bij Com Truise. Aan zijn houten tafel mixt Seth Haley talloze samples door elkaar om zo een hypnotiserende mix van eighties synthesizer en gamemuziek te maken. Om zijn live-act te versterken is er een drummer aan zijn zijde. De toegestroomde hippe types moeten wel even opwarmen, maar na een kwartier shuffelen alle voetjes druk over de grond. Hoewel de muziek het beste omschreven kan worden als muziek voor hipsters van alle leeftijden zet Haley, die eruit ziet alsof je hem iedere dag bij de McDonalds op de hoek zou kunnen tegenkomen, niet zomaar even een nummertje op. Alles wordt live gemixt en de manier waarop zelfs de dubbele basfills van de drummer in de muziek samensmelten is zeker een applaus waard. Als zijn set voortijdig wordt afgekapt omdat hij over de tijd heen is, klinkt er dan ook een jammerlijke zucht door de Supermarkt.
Com truise
In de kleine zaal van ’t Paard wacht Agent Side Grinder wijselijk tot de rust is wedergekeerd in de grote zaal. Daar liet de rapgroep Doomtree zien wat een stevig hiphopconcert inhoudt. Als de Zweedse groep ruim twintig minuten te laat begint, lijkt het publiek toch even een knop om te moeten zetten. De muziek is een mix van zware industrial, post-punk en Kraftwerk. Op de zanger na hebben alle bandleden een soort uniform aan, hetgeen dat Agent Side Grinder direct iets fascistisch meegeeft. Een deel van het publiek verlaat na enkele nummers zichtbaar geschrokken de donkere zaal. De muziek is enkel geschikt voor liefhebbers, maar Agent Side Grinder is zeker een toevoeging aan het genre. De zware stem van zanger Kristoffer Grip onder begeleiding van de zware drums en voortdurend herhaalde keyboardloopjes grijpt je vast en laat je tot het laatste nummer niet meer los.
Agent Side Grinder
“I grew up listening to metal like Slayer and Pantera. You like that shit? Then Give me a f*cking mosh Pit”, brult rapper Orifice Vulgatron. Het is het startsein voor een meedogenloze show van Foreign Beggars waarin wordt gestagedived, de meest brute dubstep en grime door de grote zaal van ’t Paard donderen en we rapper Metropolis zelfs horen grunten.
Als het duo rond elf uur het podium op komt lopen is de zaal nog halfleeg. Dit zorgt ervoor dat de eerste twintig minuten van de show wat tam zijn. De harde beats worden bewaard tot alle voorgaande shows zijn geëindigd. Er wordt enkel getoond hoe woordvlug de twee zijn. De echte show opent pas als een sample van een zware gitaarrif wordt ingezet.
Vanavond tonen de rappers dat er een reden is dat grote namen zoals Noisia en Skrillex met ze willen samenwerken. De harde Engelse raps versterken de diepe basdreunen en zware dubstep. Jammer is alleen dat volume zo verschrikkelijk hard staat dat mensen met handen op hun oren staan te luisteren. Maargoed, het grootste deel van de kolkende massa lijkt een lichte gehoorbeschadiging voor lief te nemen.
Boemklap doet verslag van Walk the Line 2012, Dag 2
Dit weekend stond Den Haag weer twee dagen in het teken van nieuwe muziek, onbekende bandjes en vertrouwde krachten. Een verslag van Walk The Line Festival 2012, dag 2 door Laurens Groeneveld. Foto’s: Laurens Groeneveld
Na de eerste show van de zaterdagavond in de grote zaal van ’t Paard van Troje zie ik plots de oplossing voor het Amerikaanse begrotingstekort. Een bodemonderzoek naar de grond van Brooklyn. Vanavond is het de indierock van Milagres die bewijst dat talentvolle bandjes in het New Yorkse stadsdeel als paddenstoelen uit de grond schieten. Stel je voor dat ze die vruchtbaarheid dat in een potje konden doen en verkopen..
Milagres klinkt als een minder depressieve versie van stadsgenoten The Antlers. De muziek is sferisch, meerstemmig en er wordt gebruikt gemaakt van aanhoudende dissonanten geluiden zoals we die kennen van The National. Zanger Kyle Wilson stem is hoog, zo hoog dat tijdens de uithalen de vraag rijst of het nog wel goed gaat met zijn mannelijkheid. Het zichtbaar wegdromende publiek geeft met luid applaus hun waardering te kennen. Het was voor Milagres de eerste keer in Nederland, vast niet de laatste.
Milagres
White Arrows toont in de Zwarte Ruiter dat er nog altijd indie is die zelfs voor de gemiddelde Nederlandse hipster te ver gaat. Hun kinderlijk simpele lo-fi met random gamemuziekjes lijkt dan ook geen enkele toeschouwer echt te kunnen bekoren. De sfeer in de zaal is ongemakkelijk en de zeikerige manier van zingen van zanger Mickey Church brengt daar geen verandering in. Het meest opzienbarende van de band is de outfit van fashion disaster Church. Hij is gekleed in een skinny jeans en een overhemd waarop een print van vermoedelijk een gedrogeerde Mondriaan copycat te zien is. Zijn babyblauwe All Stars matchen gelukkig wel met de kleur van zijn gitaar. Vlak voor het laatste nummer nodigt hij het publiek uit mee te reizen naar hun volgende show in Berlijn, een stad waar hun muziek misschien beter begrepen wordt.
Beter vertoeven is het rond half tien in de Supermarkt bij Com Truise. Aan zijn houten tafel mixt Seth Haley talloze samples door elkaar om zo een hypnotiserende mix van eighties synthesizer en gamemuziek te maken. Om zijn live-act te versterken is er een drummer aan zijn zijde. De toegestroomde hippe types moeten wel even opwarmen, maar na een kwartier shuffelen alle voetjes druk over de grond. Hoewel de muziek het beste omschreven kan worden als muziek voor hipsters van alle leeftijden zet Haley, die eruit ziet alsof je hem iedere dag bij de McDonalds op de hoek zou kunnen tegenkomen, niet zomaar even een nummertje op. Alles wordt live gemixt en de manier waarop zelfs de dubbele basfills van de drummer in de muziek samensmelten is zeker een applaus waard. Als zijn set voortijdig wordt afgekapt omdat hij over de tijd heen is, klinkt er dan ook een jammerlijke zucht door de Supermarkt.
Com truise
In de kleine zaal van ’t Paard wacht Agent Side Grinder wijselijk tot de rust is wedergekeerd in de grote zaal. Daar liet de rapgroep Doomtree zien wat een stevig hiphopconcert inhoudt. Als de Zweedse groep ruim twintig minuten te laat begint, lijkt het publiek toch even een knop om te moeten zetten. De muziek is een mix van zware industrial, post-punk en Kraftwerk. Op de zanger na hebben alle bandleden een soort uniform aan, hetgeen dat Agent Side Grinder direct iets fascistisch meegeeft. Een deel van het publiek verlaat na enkele nummers zichtbaar geschrokken de donkere zaal. De muziek is enkel geschikt voor liefhebbers, maar Agent Side Grinder is zeker een toevoeging aan het genre. De zware stem van zanger Kristoffer Grip onder begeleiding van de zware drums en voortdurend herhaalde keyboardloopjes grijpt je vast en laat je tot het laatste nummer niet meer los.
Agent Side Grinder
“I grew up listening to metal like Slayer and Pantera. You like that shit? Then Give me a f*cking mosh Pit”, brult rapper Orifice Vulgatron. Het is het startsein voor een meedogenloze show van Foreign Beggars waarin wordt gestagedived, de meest brute dubstep en grime door de grote zaal van ’t Paard donderen en we rapper Metropolis zelfs horen grunten.
Als het duo rond elf uur het podium op komt lopen is de zaal nog halfleeg. Dit zorgt ervoor dat de eerste twintig minuten van de show wat tam zijn. De harde beats worden bewaard tot alle voorgaande shows zijn geëindigd. Er wordt enkel getoond hoe woordvlug de twee zijn. De echte show opent pas als een sample van een zware gitaarrif wordt ingezet.
Vanavond tonen de rappers dat er een reden is dat grote namen zoals Noisia en Skrillex met ze willen samenwerken. De harde Engelse raps versterken de diepe basdreunen en zware dubstep. Jammer is alleen dat volume zo verschrikkelijk hard staat dat mensen met handen op hun oren staan te luisteren. Maargoed, het grootste deel van de kolkende massa lijkt een lichte gehoorbeschadiging voor lief te nemen.