Boemklap doet verslag van Walk The Line 2012, dag 1
Dit weekend stond Den Haag weer twee dagen in het teken van nieuwe muziek, onbekende bandjes en vertrouwde krachten. Een verslag van Walk The Line Festival 2012 van Michael Ramaker en Laurens Groeneveld. Foto’s: Laurens Groeneveld
Voor de Supermarkt trapt het festival af met stevige kost. De heren van het Antwerpse The Hickey Underworld mogen dan niet zo imposant lijken, vanaf noot één wordt het halve podiumcafé weggeblazen door een portie zware hardrock. Vooral drummer Jimmy Wouters lijkt zich telkens te moeten inhouden om niet dwars door zijn vellen heen te slaan.
Maar het is niet allemaal ruige rock. Halverwege de set komt de band aanzetten met meer melodisch werk, waarin soms lange haast psychedelische uitspattingen in te horen zijn. The Hickey Underworld is eigenlijk te klein voor het zaaltje waar ze in spelen; dit soort harde muziek doet het veel beter op een open veld. Maar onze Zuiderburen laten veel mensen vertrekken met een prettig gesuis in de oren. Een goed begin van de avond.
The Hickey Underworld
De ideale plek om rustig bij te komen van al het Vlaamse gitaargeweld is Het Nutshuis. In de grote hal maken de Treetop Flyers hun opwachting. Een sympathiek vijftal uit Londen dat goed naar de klassieke country rock heeft geluisterd. Hun muziek doet erg denken aan de Eagles en The Band. Niet vernieuwend, maar gewoon degelijke easy listening. Dat is direct ook het minpunt, de muziek beklijft niet, maar gaat net zo makkelijk je andere oor weer uit. Hoewel de band in de zaal een fijne oase van rust heeft gecreëerd, is het grootste deel van het publiek dan ook direct na de laatste noot vertrokken.
Treetop Flyers
Het Britse Theme Park heeft rond half negen een hoop mensen de Zwarte Ruiter in weten te trekken. Niet gek ook; met hun luchtige mix van afrobeat en synthpop zijn zij het soort act wat prima past in het straatje van het Walk The Line-publiek. Al na het spelen van het eerste nummer staat een groot deel van het zaaltje te dansen. Allemaal leuk en braaf. Net iets te braaf eigenlijk. Gedurende de set komt de band zelf nooit echt los. Ze kondigen hun liedjes aan, spelen ze zonder al te veel uit de band te springen en gaan daarna rustig verder. Het zorgt ervoor dat het al snel saai wordt om er naar te blijven kijken. Voor een band met de naam Theme Park verwacht je toch iets beters.
Ondertussen heeft zich in de Supermarkt een bataljon fotografen verzamelt voor Willy Moon. Een Nieuw-Zeelander van twee meter gehuld in een wit pak met zwarte schoenen, die jaren ‘50 rock mixt met eigentijdse muziek. Na twee nummers is echter al duidelijk dat het zaaltje onterecht strak gevuld is. Op de single is de combinatie van een dj en rock n roll geslaagd, live komt er weinig van terecht. De dj is niet te horen en Moon’s stem klinkt niet zuiver en opgewekt, maar is het beste vergelijken met het geluid dat een dronken kater produceert als iemand op zijn staart gaat staan. Het enige echt interessante van zijn act is de sensueel bewegende schoonheid die de, gemiddeld twee minuten durende, nummers van gitaarbegeleiding voorziet. Helaas kan ook zij er niet voor zorgen dat het merendeel van het publiek na drie nummers alweer is vertrokken.
Gitariste Willy Moon
Verderop in de kleine zaal van ‘t Paard staat het publiek ook verwachtingsvol naar het podium te kijken. Daar is Paul Thomas Saunders met zijn band te soundchecken. De kleine Brit is er duidelijk op geënt om het geluid perfect te krijgen. Hierdoor begint de set later dan gepland en gaan er al veel mensen vroeg weg om nog bij Moss naar binnen te komen. Zonde, want degenen die in de kleine zaal achterblijven krijgen een prachtig uitgevoerde set voorgeschoteld.
Van het twangy geluid van de gitaren tot aan de echo’s en soundscapes die de ondertoon voeren; het creëert een melancholische sfeer die ervoor zorgt dat iedereen met de langzame ritmes meedeint. Paul Thomas Saunders blijft nog lang nadat hij klaar is met spelen in je hoofd rondspoken.
Wie rond tien uur het Paardcafé uitloopt, beseft het beste concert van de avond te hebben gezien. Ruim drie kwartier lang beukte de Vlaams-Nederlandse hardrockband Drive Like Maria met een salvo van spijkerharde riffs in op de trommelvliezen. Of het nu nieuw werk zoals ‘Black Horses’ of oud zoals ‘I’m on a Train’, het maakt niet uit.Vol overgave denderden de gitaren door.
Ondanks het kleine zaaltje verraadt de glimlach van oor tot oor op het gezicht van gitariste Nitzan Hoffmann hoeveel plezier de band heeft. Met haar bleke huid en pony voor de ogen doet ze erg denken aan Noodle van de Gorillaz, een beeld dat ruw verstoord wordt als je ziet met hoeveel geweld ze alle solo’s uit haar gitaar slaat. De setlist wordt losjes gevolgd, maar de aanwezige bezoekers mogen van Hoffmann vragen naar een oud of nieuw nummer. Waarop de drummer reageert: “Het maakt niet uit. Het staat zo hard, ze horen toch niets meer.”
Drive Like Maria
Bijkomen, of in slaap vallen kan in de grote zaal van ‘t Paard bij Moss, de Nederlandse band van het jaar. Opgericht in 2003, maar plots bekroond tot saviors van onze popscene en dus overal op ieder festival te vinden. Hetgeen wat Moss maakt tot zo’n band die je een keer gezien moet hebben om erover mee te kunnen praten. Vanavond lijken ze met een sterke lichtshow te willen verbloemen dat de muziek eigenlijk niet zo heel speciaal is, maar gewoon radiovriendelijke poprock. Nu is daar niets mis mee, maar door alle aandacht worden er te hoge verwachtingen geschapen.
Moss
Het uit Brighton afkomstige Cave Painting heeft de wind in de rug. Al na hun eerste optreden als band kregen ze gelijk een platencontract aangeboden. Nu mogen ze het in de Supermarkt voor het eerst voor een Nederlands publiek waarmaken. En voor het grootste deel lukt het. De muziek is strak uitgevoerd en klinkt als een maximalistische versie van The xx. De grootste kracht is zanger Adam’s breekbare stem die je gelijk meevoert met de soms haast dansbare drumbeats. Het enige minpunt is dat de show nogal kort is: na amper een half uur zijn de jongens al klaar. Dit zorgt er voor dat veel mensen toch een beetje onvervuld het café verlaten.
Het Londense Tellison mag de avond in de Zwarte Ruiter afsluiten. De vijf Britten lijken gretig om zich voor het eerst in Nederland te bewijzen en ondanks dat ze al vanaf drie uur ‘s ochtends in de weer zijn geweest om in Den Haag te komen, bruisen ze nog van de energie. Er komt dan ook geen poespas bij de set kijken: dit is gewoon pure onversneden indiepop. Zanger en gitarist Stephen Davidson springt van het ene eind van het podium naar het andere, constant met een grote grijns op zijn gezicht. De band geniet zichtbaar, wat het voor het publiek op zijn beurt een genot maakt om naar te kijken. Dat Tellison vanavond veel nieuwe zieltjes voor zich heeft gewonnen, is een feit. De Zwarte Ruiter kon zich geen betere afsluiter wensen.
Bombay Bicycle Club
De grote afsluiter, Bombay Bicycle Club, speelt uiteraard in de grote zaal van ’t Paard. Een opvallende headliner die zich eigenlijk in alle stilte naar de top heeft gewerkt. De band onderscheid zich door hun constante vernieuwing en mag zich daardoor misschien wel redder van het volledig uitgekauwde indiegenre noemen. Zeker op het laatste album: ‘A Different Kind of Fix’, liet de band horen open te staan voor alle mogelijke invloeden. De show vanavond staat als een huis. Er is veel ruimte voor ouder werk zoals: ‘The Giantess’ en ‘Lamplight’, maar natuurlijk komen ook de nieuwe hits zoals ‘Shuffle’ aan bod.
Het enige probleem van de band is het voorkomen. Zanger Jack Steadman presenteert zich, met zijn ruitjes sokken, broek met hoog water en witte overhemd, als een verlegen moederskindje. De grote glimlach op zijn gezicht verraadt het grote plezier in optreden, maar hij onderhoudt geen contact met het publiek. De band speelt hun lijstje af en that’s it. Toch lijkt dit het merendeel van de aanwezigen niet te deren. Bij het traditionele banjonummer ‘Ivy & Gold’ ontstaat er bijna een kringdans voor het podium en bij de eerste de beste poging een mosh pit te starten, vallen acht mensen op de grond. Dit soort activiteiten zijn te heftig voor het toegestroomde publiek. Was het maar ‘Always Like This’.
Boemklap doet verslag van Walk The Line 2012, dag 1
Dit weekend stond Den Haag weer twee dagen in het teken van nieuwe muziek, onbekende bandjes en vertrouwde krachten. Een verslag van Walk The Line Festival 2012 van Michael Ramaker en Laurens Groeneveld. Foto’s: Laurens Groeneveld
Voor de Supermarkt trapt het festival af met stevige kost. De heren van het Antwerpse The Hickey Underworld mogen dan niet zo imposant lijken, vanaf noot één wordt het halve podiumcafé weggeblazen door een portie zware hardrock. Vooral drummer Jimmy Wouters lijkt zich telkens te moeten inhouden om niet dwars door zijn vellen heen te slaan.
Maar het is niet allemaal ruige rock. Halverwege de set komt de band aanzetten met meer melodisch werk, waarin soms lange haast psychedelische uitspattingen in te horen zijn. The Hickey Underworld is eigenlijk te klein voor het zaaltje waar ze in spelen; dit soort harde muziek doet het veel beter op een open veld. Maar onze Zuiderburen laten veel mensen vertrekken met een prettig gesuis in de oren. Een goed begin van de avond.
The Hickey Underworld
De ideale plek om rustig bij te komen van al het Vlaamse gitaargeweld is Het Nutshuis. In de grote hal maken de Treetop Flyers hun opwachting. Een sympathiek vijftal uit Londen dat goed naar de klassieke country rock heeft geluisterd. Hun muziek doet erg denken aan de Eagles en The Band. Niet vernieuwend, maar gewoon degelijke easy listening. Dat is direct ook het minpunt, de muziek beklijft niet, maar gaat net zo makkelijk je andere oor weer uit. Hoewel de band in de zaal een fijne oase van rust heeft gecreëerd, is het grootste deel van het publiek dan ook direct na de laatste noot vertrokken.
Treetop Flyers
Het Britse Theme Park heeft rond half negen een hoop mensen de Zwarte Ruiter in weten te trekken. Niet gek ook; met hun luchtige mix van afrobeat en synthpop zijn zij het soort act wat prima past in het straatje van het Walk The Line-publiek. Al na het spelen van het eerste nummer staat een groot deel van het zaaltje te dansen. Allemaal leuk en braaf. Net iets te braaf eigenlijk. Gedurende de set komt de band zelf nooit echt los. Ze kondigen hun liedjes aan, spelen ze zonder al te veel uit de band te springen en gaan daarna rustig verder. Het zorgt ervoor dat het al snel saai wordt om er naar te blijven kijken. Voor een band met de naam Theme Park verwacht je toch iets beters.
Ondertussen heeft zich in de Supermarkt een bataljon fotografen verzamelt voor Willy Moon. Een Nieuw-Zeelander van twee meter gehuld in een wit pak met zwarte schoenen, die jaren ‘50 rock mixt met eigentijdse muziek. Na twee nummers is echter al duidelijk dat het zaaltje onterecht strak gevuld is. Op de single is de combinatie van een dj en rock n roll geslaagd, live komt er weinig van terecht. De dj is niet te horen en Moon’s stem klinkt niet zuiver en opgewekt, maar is het beste vergelijken met het geluid dat een dronken kater produceert als iemand op zijn staart gaat staan. Het enige echt interessante van zijn act is de sensueel bewegende schoonheid die de, gemiddeld twee minuten durende, nummers van gitaarbegeleiding voorziet. Helaas kan ook zij er niet voor zorgen dat het merendeel van het publiek na drie nummers alweer is vertrokken.
Gitariste Willy Moon
Verderop in de kleine zaal van ‘t Paard staat het publiek ook verwachtingsvol naar het podium te kijken. Daar is Paul Thomas Saunders met zijn band te soundchecken. De kleine Brit is er duidelijk op geënt om het geluid perfect te krijgen. Hierdoor begint de set later dan gepland en gaan er al veel mensen vroeg weg om nog bij Moss naar binnen te komen. Zonde, want degenen die in de kleine zaal achterblijven krijgen een prachtig uitgevoerde set voorgeschoteld.
Van het twangy geluid van de gitaren tot aan de echo’s en soundscapes die de ondertoon voeren; het creëert een melancholische sfeer die ervoor zorgt dat iedereen met de langzame ritmes meedeint. Paul Thomas Saunders blijft nog lang nadat hij klaar is met spelen in je hoofd rondspoken.
Wie rond tien uur het Paardcafé uitloopt, beseft het beste concert van de avond te hebben gezien. Ruim drie kwartier lang beukte de Vlaams-Nederlandse hardrockband Drive Like Maria met een salvo van spijkerharde riffs in op de trommelvliezen. Of het nu nieuw werk zoals ‘Black Horses’ of oud zoals ‘I’m on a Train’, het maakt niet uit.Vol overgave denderden de gitaren door.
Ondanks het kleine zaaltje verraadt de glimlach van oor tot oor op het gezicht van gitariste Nitzan Hoffmann hoeveel plezier de band heeft. Met haar bleke huid en pony voor de ogen doet ze erg denken aan Noodle van de Gorillaz, een beeld dat ruw verstoord wordt als je ziet met hoeveel geweld ze alle solo’s uit haar gitaar slaat. De setlist wordt losjes gevolgd, maar de aanwezige bezoekers mogen van Hoffmann vragen naar een oud of nieuw nummer. Waarop de drummer reageert: “Het maakt niet uit. Het staat zo hard, ze horen toch niets meer.”
Drive Like Maria
Bijkomen, of in slaap vallen kan in de grote zaal van ‘t Paard bij Moss, de Nederlandse band van het jaar. Opgericht in 2003, maar plots bekroond tot saviors van onze popscene en dus overal op ieder festival te vinden. Hetgeen wat Moss maakt tot zo’n band die je een keer gezien moet hebben om erover mee te kunnen praten. Vanavond lijken ze met een sterke lichtshow te willen verbloemen dat de muziek eigenlijk niet zo heel speciaal is, maar gewoon radiovriendelijke poprock. Nu is daar niets mis mee, maar door alle aandacht worden er te hoge verwachtingen geschapen.
Moss
Het uit Brighton afkomstige Cave Painting heeft de wind in de rug. Al na hun eerste optreden als band kregen ze gelijk een platencontract aangeboden. Nu mogen ze het in de Supermarkt voor het eerst voor een Nederlands publiek waarmaken. En voor het grootste deel lukt het. De muziek is strak uitgevoerd en klinkt als een maximalistische versie van The xx. De grootste kracht is zanger Adam’s breekbare stem die je gelijk meevoert met de soms haast dansbare drumbeats. Het enige minpunt is dat de show nogal kort is: na amper een half uur zijn de jongens al klaar. Dit zorgt er voor dat veel mensen toch een beetje onvervuld het café verlaten.
Het Londense Tellison mag de avond in de Zwarte Ruiter afsluiten. De vijf Britten lijken gretig om zich voor het eerst in Nederland te bewijzen en ondanks dat ze al vanaf drie uur ‘s ochtends in de weer zijn geweest om in Den Haag te komen, bruisen ze nog van de energie. Er komt dan ook geen poespas bij de set kijken: dit is gewoon pure onversneden indiepop. Zanger en gitarist Stephen Davidson springt van het ene eind van het podium naar het andere, constant met een grote grijns op zijn gezicht. De band geniet zichtbaar, wat het voor het publiek op zijn beurt een genot maakt om naar te kijken. Dat Tellison vanavond veel nieuwe zieltjes voor zich heeft gewonnen, is een feit. De Zwarte Ruiter kon zich geen betere afsluiter wensen.
Bombay Bicycle Club
De grote afsluiter, Bombay Bicycle Club, speelt uiteraard in de grote zaal van ’t Paard. Een opvallende headliner die zich eigenlijk in alle stilte naar de top heeft gewerkt. De band onderscheid zich door hun constante vernieuwing en mag zich daardoor misschien wel redder van het volledig uitgekauwde indiegenre noemen. Zeker op het laatste album: ‘A Different Kind of Fix’, liet de band horen open te staan voor alle mogelijke invloeden. De show vanavond staat als een huis. Er is veel ruimte voor ouder werk zoals: ‘The Giantess’ en ‘Lamplight’, maar natuurlijk komen ook de nieuwe hits zoals ‘Shuffle’ aan bod.
Het enige probleem van de band is het voorkomen. Zanger Jack Steadman presenteert zich, met zijn ruitjes sokken, broek met hoog water en witte overhemd, als een verlegen moederskindje. De grote glimlach op zijn gezicht verraadt het grote plezier in optreden, maar hij onderhoudt geen contact met het publiek. De band speelt hun lijstje af en that’s it. Toch lijkt dit het merendeel van de aanwezigen niet te deren. Bij het traditionele banjonummer ‘Ivy & Gold’ ontstaat er bijna een kringdans voor het podium en bij de eerste de beste poging een mosh pit te starten, vallen acht mensen op de grond. Dit soort activiteiten zijn te heftig voor het toegestroomde publiek. Was het maar ‘Always Like This’.